In de categorie ‘zagen we niet aankomen’, kampt Colombia met een opvallend probleem. Hun bekendste exportproduct zit namelijk in de problemen. Jawel; het land kampt met een overschot aan cocaïne. En dat klinkt misschien grappig en bijzonder, maar voor de inwoners is het een steeds serieuzer probleem aan het worden.

Volgens Felipe Tascón (economist gespecialiseerd in de drugseconomie), die dit vertelde aan de New York Times, heeft de drugsmarkt nog nooit zo’n ‘dramatische keldering’ meegemaakt.

Wat is er aan de hand? Twee jaar geleden zagen de inwoners van het dorpje Cano Cabra (één van de vele dorpjes waar cocaïne de grootste inkomstenbron is) ineens een verandering: de drugsdealers die cocapasta van hen afnamen om er vervolgens cocaïne van te maken, kwamen ineens niet meer opdagen. Cano Cabra was al een arm dorp, maar de inwoners werden door het gebrek aan dealers nog armer. En daardoor werd voedsel nog schaarser, en werden de inwoners genoodzaakt andere banen te zoeken in het land. Dat laatste is niet zo erg zou je denken, maar dat betekende wel dat het dorpje simpelweg ongeveer ophield met te bestaan; het inwonersaantal is nu slechts 40 personen.

En Cano Cabra is daar slechts één voorbeeld van, maar dit gebeurt met gigantisch veel dorpjes in Colombia. ‘Het is moeilijk,’ vertelt Yamile Hernandez aan de New York Times. ‘Ik weet niet wat er gaat gebeuren.’ Zij is moeder van twee tieners en heeft enorm veel moeite om voor eten te zorgen. Ze heeft een coca-boerderij, maar niemand meer die iets an haar afneemt.

Daarnaast zijn andere landen juist in opkomst vanwege hun cocaïnehandel. Zo staat Ecuador nu qua export aan de top, maar ook Peru en Centraal Amerika zijn enorm aan het groeien.

Het onderhouden van een coca-boerderij is illegaal in Colombia, maar dorpjes zoals Cano Cabra worden gerund door gewapende bendes. Er is dus geen overheidscontrole, maar vaak ook geen stromend water of elektriciteit. Zo ook bij Hernandez, die geld spaarde om haar tieners naar een kostschool elders in Colombia te sturen om zo toch een toekomst te kunnen opbouwen — maar daar is nu geen geld voor.

En dan zou je misschien denken: ‘ga iets anders verbouwen dan coca-bladeren.’ Maar dat is lastig bij deze afgelegen dorpjes; de kosten van transportatie zijn enorm hoog, en de andere gewassen te kwetsbaar. Tegen de tijd dat die in de supermarkt zouden liggen, zijn ze al verrot. Daarom is het verbouwen van coca-bladeren voor veel mensen in deze dorpjes de enige optie.

‘Het [cocaïne] is slecht en kwalijk voor de bevolking, en daar zijn we ons bewust van. Maar voor ons, betekent het gezondheid, betekent het educatie, betekent het het onderheiden van de families in deze regio’s,’ aldus Jefferson Parrado, de president van de regio waaronder Cano Cabra ook valt.

Bron: The New York Times // Beeld: Fernanda Fierro on Unsplash

Psst… Volg je ons al op Instagram?

Wieke Veenboer

Ontdek meer van The Blue Note

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder